BrS en verminderde geleidingsreserve van het uitstroomkanaal van het rechterventrikel

Samenvatting van de belangrijkste resultaten van dit onderzoek

Behr ER, Ben-Haim Y, Ackerman MJ, Krahn AD, Wilde AAM. Brugada syndrome and reduced right ventricular outflow tract conduction reserve: a final common pathway? Eur Heart J. 2021 Mar 14;42(11):1073-1081. doi: 10.1093/eurheartj/ehaa1051. PMID: 33421051.

Achtergrond
Het Brugada syndroom is vernoemd naar de gebroeders Brugada, twee Spaanse cardiologen. Zij beschreven in 1992 plotse hartdood in een groep patiënten met typische afwijkingen op het hartfilmpje (ECG), wat tegenwoordig bekend staat als een ‘type 1’ Brugada ECG. Bij het Brugada syndroom is er een verhoogd risico op plotse hartdood, door dodelijke ritmestoornissen die meestal ontstaan in het rechter deel van het hart. 30 jaar na de ontdekking is er veel bekend geworden over de aandoening, maar staan er ook nog veel vragen open. Dit artikel is een overzichtsartikel over wat we vandaag de dag (2021) weten over dit syndroom.

Genetische basis: Zeldzame genetische afwijkingen
Omdat de aandoening voorkwam binnen families werd al snel duidelijk dat het een erfelijke aandoening betreft. Al snel werd duidelijk dat zeldzame genetische afwijkingen (ook wel mutaties genoemd) in het DNA van de erffactor (een ‘gen’) SCN5A kunnen leiden tot Brugada syndroom. Het gen SCN5A maakt het natriumkanaal, een eiwit wat belangrijk is in het hart voor normale elektrische geleiding (zie ook deel ‘Het rol van het natriumkanaal’). Zodoende kunnen genetische afwijkingen in SCN5A leiden tot een slechter werkend natriumkanaal, wat leidt tot verminderde elektrische geleiding. Dit kan dodelijke ritmestoornissen veroorzaken. Omdat we in ‘slechts’ ~20% van de patiënten een genetische afwijking in SCN5A vinden, zijn onderzoekers constant op zoek naar andere erffactoren die een rol spelen bij Brugada syndroom. Over de jaren zijn er veel genen geassocieerd met Brugada syndroom, maar voor alle overige genen geldt momenteel dat er nog niet voldoende bewijs geleverd is. Momenteel is dus alleen SCN5A onomstreden en blijft dit een belangrijk punt van onderzoek.

Genetische basis: Veel voorkomende genetische varianten
We weten dat zeldzame genetische afwijkingen in SCN5A kunnen leiden tot Brugada syndroom. Dit zijn genetisch afwijkingen die maar bij een heel klein percentage van de bevolking voor komen, maar met een heel groot effect. Als je één van deze afwijkingen heb, dan heb je een hele grote kans om Brugada syndroom te ontwikkelen. We weten echter dat er veel voorkomende genetische varianten zijn die bij een veel groter deel van de bevolking voorkomen. Deze dragen ook bij aan het krijgen van Brugada syndroom, maar in veel kleinere mate. Als je één of een paar van die varianten hebt, zal je daar geen Brugada syndroom van krijgen. Echter, hoe meer je er hebt, hoe groter de kans op Brugada syndroom. Ook hier doen we veel onderzoek naar (zie ook het deel ‘de rol van andere genen’).

Structurele afwijkingen
Oorspronkelijk werd er gedacht dat Brugada patiënten een ‘structureel normaal hart’ hebben. Daarmee wordt bedoeld dat er geen afwijkingen zijn, zoals littekenvorming of vervetting van de hartspier, en dat heet dan geen structurele afwijkingen. Er is echter over de jaren steeds meer duidelijk geworden dat bij Brugada syndroom er ook een (kleine) toename is van structurele afwijkingen in het hart in vergelijking met gezonde mensen (zie ook het deel ‘de rol van littekenweefsel’). En dan met name in delen van de rechter hartkamer. Dit is belangrijk, omdat structurele afwijkingen op zichzelf kunnen bijdragen aan verminderde elektrische geleiding en zo kunnen bijdragen aan het ontstaan van de ritmestoornissen die we zien bij Brugada patiënten. Zodoende is ook dit een onderwerp van het huidige onderzoek naar Brugada syndroom.

Deel dit bericht:

Share on facebook
Share on linkedin
Share on twitter
Share on email
Share on whatsapp
behr et al ehj brs 2021

Meer publicaties

miles jacc 2021
Wetenschappelijke publicaties

De rol van fibrose

Samenvatting van de belangrijkste resultaten van dit onderzoek De rol van fibrose Miles C et

ritmestoornissen ontrafeld
Algemene publicaties

Ritmestoornissen ontrafeld

Amsterdam UMC heeft zijn eigen populair-wetenschappelijke magazine: Janus. Het blad verschijnt vier keer per jaar

rol van het natriumkanaal
Wetenschappelijke publicaties

Rol van het natriumkanaal

Samenvatting van de belangrijkste resultaten van dit onderzoek Rol van het natriumkanaal:Ishikawa T et al.